Interview met Luke Solomon

Interview met Luke Solomon

woensdag, 31 maart 2010 door Rene Reche
Share |

Als sleutelfiguur van de Britse house heeft Luke Solomon sinds de jaren negentig een vinger in de pap bij meerdere labels, houseformaties en studio’s. Samen met Justin Harris vormt hij het muzikale duo Freaks.

Met hem leidt hij ook het label Music For Freaks. En met Derrick Carter runt hij al ruim tien jaar het illustere Classic. Een man van veel talenten, die naar eigen zeggen ‘liever niet in de spotlights staat’. Daar hebben wij nu even lak aan…

luke-solomon_3


Wanneer is het allemaal voor je begonnen?
“Bijna twintig jaar geleden. In die tijd heb ik de muziekindustrie flink zien veranderen.”

Op een goede of een slechte manier?
“Moeilijke vraag. Het mes snijdt aan twee kanten. Ik heb het gevoel dat het digitale tijdperk een beetje de bezieling uit de muziek heeft gehaald. Ik vraag me soms af of muziek nog hetzelfde effect heeft. Gebeurt het nog wel dat een album je leven verandert? Aan de andere kant zorgt internet ook voor creatieve bedrijvigheid.”

Heeft dat negatieve effect misschien te maken met de vluchtigheid van digitale media?
“Internet heeft inderdaad wel veel invloed gehad op de duurzaamheid van releases. Na twee tot drie weken lijkt een album te verdwijnen. Terwijl ik me nog kan herinneren dat je platen een heel jaargetijde of langer grijs draaide.”

Het label dat je met Derrick Carter runt heet Classic. Wat vind je van de hedendaagse classic house revival?
“De muziek beweegt zich altijd in cycli. Zo is disco in de jaren negentig van grote invloed geweest op de house en techno van de jaren negentig. Ik hoop dat de classic house revival van de laatste tijd ook zijn weerga heeft op de hedendaagse muziek. Wat je de laatste tijd voornamelijk hoort, is de ene na de andere preset. In bijvoorbeeld de oude platen van Prescription hoor je een hoop creativiteit en denkwerk terug. Het zou wel fijn zijn als mensen door de hernieuwde populariteit van dit soort muziek leren wat meer aandacht aan hun producties te besteden.”

Zelf besteed je tegenwoordig ook aandacht aan de producties van anderen. Hoe is dat zo gegroeid?
“Het is begonnen met het laatste album van Damien Lazarus. Er ging ineens een wereld voor me open toen ik de mogelijkheid ontdekte om anderen te helpen in de studio. Ik vind het heerlijk om mijn eigen muziek te produceren. Maar ik haat het moment waarop ik mijn muziek de wereld in moet sturen en moet wachten op de reactie van anderen. Bij muziek van anderen staat er veel minder op het spel. En eigenlijk sta ik zelf niet al te graag in de spotlights.”

Vind je het moeilijk om slechte reviews te lezen?
“Het doet me zeker wat, een slechte review. Eerst probeer je het weg te wuiven met ‘ach ja’. Dan leef je er een tijdje mee. En uiteindelijk krijg je een soort strijdbaarheid over je heen van ‘ik zal je eens wat laten zien!’. Kritiek is moeilijk, maar maakt je uiteindelijk wel sterker. Het is helemaal niet gezond om alleen maar schouderklopjes te krijgen. Als je dan niet uitkijkt, krijg je het idee dat alles wat je doet briljant is. Teveel artiesten denken dat ze geniaal zijn. Iedereen heeft een ego, dat heb ik zelf ook. Maar het gaat er maar net om hoe je dat ego draagt.”

Heb je het idee dat het aantal ego’s is gegroeid in de scene?
“Ja, vooral in de dj-wereld. Ik heb vroeger geleerd , dat de dj er is om zijn publiek mee te nemen op een muzikale reis. Maar veel dj’s denken helaas dat het allemaal om hen gaat; dat zij achter de decks staan om verafgood te worden. Ik kan er niet bij met mijn hoofd dat je te denkt belangrijker te zijn dan de platen die je draait. Helaas is jezelf profileren in veel gevallen belangrijker geworden dan de kunst van het draaien zelf.”

Hoe ben je als kind met muziek in aanraking gekomen?
“Dat begon al op jonge leeftijd. Top Of The Pops keek ik steevast als kind. Daarna ging ik als een gek muziek verzamelen. Mijn vader luisterde wel naar platen, maar niet zo obsessief als ik. Pas een paar jaar geleden ontdekte ik waar mijn obsessie voor muziek zijn oorsprong vindt. Mijn moeder is gestorven toen ik drie jaar oud was, dus ik heb haar eigenlijk nooit gekent. Maar via internet raakte ik op het spoor van haar vroegere vrienden. Die vertelden me dat mijn moeder altijd een fervent verzamelaar van de nieuwste popplaten was. Toen was het alsof alles ineens op zijn plaats viel. Alsof de muziek in mijn genen zit.”

Wanneer werd je voor het eerst gegrepen door electronische muziek?
“Ik kom uit het westen van Groot-Brittannië. Tijdens het rave tijdperk raakte ik daar betoverd door de hele atmosfeer: xtc, acid house… Het moet in 1986/’87 zijn geweest dat ik daar voor het eerst mee in aanraking kwam. Vanaf dat moment dacht ik bij mezelf: ‘Deze muziek is alles wat ik wil horen’ en sindsdien ben ik eraan verknocht en zal ik er waarschijnlijk altijd aan verknocht blijven.”

In de Melkweg draai je met vriend en Classic-collega Derrick Carter. Kun je ons wat meer vertellen over jullie ontmoeting?
“Ergens in de jaren negentig moest ik draaien in Chicago. Dat feestje was eigenlijk niet veel soeps. Maar ik ontmoette er Derrick Carter, met wie ik het goed kon vinden. Twee dagen erna belandde ik op een avond met Sneak, waar hij mijn drinkebroeder werd. Aan het einde van de nacht verkeerde ik in zo’n erbarmelijke toestand, dat Derrick besloot mij over zijn schouders mee naar huis te slepen. De after tot diep in de volgende avond was het begin van langdurige vriendschap en samenwerking.”

Wat gebeurt eigenlijk met Classic dezer dagen?
We houden het momenteel een beetje low-key. Er komen wat remixen van oude Classic krakers uit, maar alleen digitaal. Verder zijn we van plan om in de toekomst nog wat samplers op vinyl uit te brengen voor de verzamelaar.”

Het feestje waar je draait heet Crackhouse. Kun jij je nog het vercrackste moment uit je leven herinneren?
“Haha, de meeste vercrackte momenten kan ik me helaas niet meer herinneren. Maar ik weet nog wel één van de verontrustendste momenten uit mijn rave-verleden. Ik organiseerde midden jaren negentig een woensdagavond met Kenny Hawkes in Soho (Londen). Op een donderdagochtend daarna was ik op een afterparty beland, waar het me allemaal net iets te bedompt werd. Ik besloot, high als ik was, even naar buiten te gaan voor wat frisse lucht.
Toen ik door een deur naar een dakterras liep, viel deze achter me dicht. Ik kon hem met geen mogelijkheid meer open krijgen en schreeuwde de longen uit mijn lijf, maar natuurlijk kon niemand me horen. Uren lang bleef ik daar verwilderd in de kou staan. Beneden zag ik mensen naar hun werk gaan. Ik overwoog naar hen te schreeuwen voor hulp, maar bedacht me dat ze toch niet zouden helpen. Op een gegeven moment viel mijn oog op een geopende deur aan de overkant. Ik moest daarvoor alleen wel over een kloof springen van vier hoog. Op een gegeven moment besloot ik dat ik de sprong makkelijk kon maken. Maar net toen ik de aanloop had genomen, bedacht ik me toch door niet te springen.
Ik besloot nog één keer aan de deur te rammelen. Hij ging gewoon open deze keer en bleek helemaal niet in het slot te zitten. Ik had daar uren voor niks in de vrieskou gezeten. Toen ik met het onwaarschijnlijke verhaal bij mijn vrienden kwam, die nog altijd aan het feesten waren, deden ze niet veel meer dan hun schouders ophalen en doorfeesten. Maar toen ik een paar weken later in minder bedwelmde toestand weer naar dat dakterras liep om te kijken hoe breed die kloof nou werkelijk was, zag ik meteen dat ik dat nooit van zijn leven had gehaald. Die sprong was zeker mijn dood geweest.”

Wat staat ons allemaal te wachten van jou in de nabije toekomst?
“Er is net een nieuw compilatie-album van Freaks uitgekomen op Rekids, met een hoop van ons beste materiaal. Daarnaast ben ik de laatste hand aan het leggen op het vervolg van The Difference Engine. En ik ben ook bezig met het produceren van de Noord-Engelse electroband The Whip op Southern Fried. Genoeg te doen voor het komende jaar dus.”

Luke Solomon draait op vrijdag 2 april samen met Freaks-wederhelft Justin Harris en Derrick Carter als Jack bij Crackhouse.

Source: http://klinch.melkweg.nl/?p=1481